google49af60cd339fc5fd.html

Klantcases en voorbeelden, veel auteurs die wij begeleiden illustreren er hun boodschap mee. Maar hoe noem je de diverse hoofdrolspelers: houden ze hun eigen naam of krijgen ze een nieuwe? In het laatste geval denk je misschien: ik geef ze gewoon namen die ik mooi vind of die lekker in het gehoor liggen. Maar zo gemakkelijk is het niet. Met die ogenschijnlijk willekeurige namen zeg je meer dan je denkt!

 

Echte namen

Beschrijf je mensen in je boek, dan is een van de eerste vragen die je jezelf kunt stellen: gebruik ik hun echte namen of pseudoniemen? Wanneer je een klant interviewt voor een case is het logisch om de echte naam te gebruiken. Het verhaal van aansprekende klanten geeft je boek meer gewicht dan dat van een anoniem iemand. En verder: ervan uitgaande dat de klant positief in beeld gebracht wordt, zal hij er alleen maar blij mee zijn. Zo heb je al meteen een ambassadeur voor je boek te pakken. Piet Vink laat mooi zien hoe je hier je voordeel mee kunt doen: hij vroeg de klanten die aan het woord komen in Succes met SharePoint! een paar regels over het boek te schrijven. De krachtigste blurbs kregen een plekje op de cover.

 

Gefingeerde namen

Komen mensen die je beschrijft niet allemaal even positief in beeld, of deel je gevoelige informatie, dan kun je er vanwege de privacy voor kiezen om namen te fingeren. Storend is dat niet: de lezer weet niet dat de gebruikte namen niet de echte zijn (tenzij je dit expliciet in je boek vermeldt).

In IQ te koop!, het boek dat we met en over onze hoogbegaafde dochter Ellen schreven, komen allerlei mensen aan bod: vriendinnetjes van de kinderen, leerkrachten op school, enzovoort. Wat wij gedaan hebben, is gefingeerde namen kiezen die op hun echte namen lijken. Dan wordt Emma bijvoorbeeld Sara (en niet Marie-Antoinette) en wordt Sem Daan (en niet Antonius).

Anonimiseren van namen kan ook handig zijn als je meerdere cases samensmeedt tot één voorbeeld. Zo loop je niet het risico dat iemand zich beledigd voelt omdat de tekst niet helemaal klopt.

TIP – Vertel de mensen die je interviewt van tevoren hoe je de input gaat verwerken in je boek.

Gaat het om het overbrengen van je boodschap, dan hoef je jezelf niet te beperken tot praktijkvoorbeelden met echte mensen. Je kunt ook voorbeelden verzinnen die goed aansluiten bij wat jij wilt vertellen, met fictieve personages. Als je dat doet – en je wilt zo veel mogelijk mensen aanspreken – houd dan rekening met deze drie aandachtspunten:

 

1. Zijn de namen passend?

In het algemeen geldt: kies namen die herkenbaar zijn voor je doelgroep. Daarmee creëer je voor je lezer een vertrouwde omgeving en vergroot je zijn betrokkenheid bij je boodschap.

Uiteraard houd je ook rekening met wie de persoon in je boek is. Een 20-jarige studente uit Iran noem je eerder Samira dan Wilhelmina, ook al bestaat je doelgroep uit 65-plussers.

TIP – Veel auteurs vallen in hun eigen doelgroep. Een goed vertrekpunt om voornamen te kiezen, is nagaan bij wie je vroeger in de klas zat. Kijk ik naar mezelf en zou ik voor mijn leeftijdscategorie een boek schrijven, dan zou ik Frank, Hans, Peter, Bert of Ton als jongensnaam kunnen nemen, en Suzanne, Monique, Ingrid, Wendy of Yvonne als meisjesnaam.

 

2. Man/vrouw

Zeg eens eerlijk: als je aan beroepen als piloot, psychiater of manager denkt, denk je dan in eerste instantie aan mannen of aan vrouwen? En als je aan zorg voor kinderen denkt, schoonmaakwerk of voor de kleuterklas staan? Juist ja. Deze (voor)oordelen die we allemaal in meer of mindere mate bezitten, leiden tot beperkt zicht. Ik daag je uit om in de voorbeelden in je boek verder te kijken dan de traditionele rolverdelingen. Laat de ‘koffiejuffrouw’ eens een man zijn en de teamleider een vrouw. Want wilde je niet een brede doelgroep voor je boek? Zorg dan dat zowel mannen als vrouwen zich kunnen identificeren met je voorbeelden.

 

3. Verschillende culturen

De wereldwijde BlackLivesMatter-protesten tonen nog maar eens aan dat het droevig gesteld is met de kansen voor mensen met een afwijkende huidskleur of naam in overwegend ‘witte landen’. Ga je solliciteren, dan sta je met een naam als Mohamed of Roumaissa meteen al op achterstand. Voor mensen zoals ik – al tientallen jaren wonend in een overwegend wit dorp – is het extra belangrijk om er alert op te zijn dat Nederland (en ook België) een smeltkroes van culturen is. Wil je met al deze lezers in je boek rekening houden? Kies dan namen die in meerdere culturen populair zijn. Volgens mixed-babies.com is Adam de populairste multiculturele naam op dit moment: bekend in joods-christelijke kringen, maar ook gewild bij Polen en Marrokkanen.

 

Tot slot

Of je nu wel of niet politiek correct beslist: ik hoop dat je na het lezen van deze blog even stilstaat bij de namen die je in je boek aan bod laat komen. Houd het bij voorkeur concreet en haal niet alle namen uit je manuscript weg. De lezer voelt nu eenmaal meer betrokkenheid bij ‘accountmanager Sara die bij de Rabobank werkt en in de avonduren een balletje op de tennisbaan slaat’ dan bij ‘een accountmanager bij een financiële instelling die ’s avonds zijn hobby uitoefent’.

Ik wens je veel wijsheid.

Door: Jan Sinot