google49af60cd339fc5fd.html

woordenboekMarco Sanders won in 2016 het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Aangezien deze spellingsstrijd tussen Nederland en Vlaanderen niet langer wordt georganiseerd, gaat hij de boeken in als laatste winnaar van het dictee. Wat vindt hij daarvan? Wat zijn de grootste taalergernissen van deze expert? En welke tips heeft Marco voor jou als auteur?

Laten we Marco eerst even introduceren. Marco woont tegenwoordig in België – hij won het Dictee dan ook voor de Vlamingen – maar is een geboren Nederlander. Jarenlang werkte hij bij een drukkerij, recht tegenover de plek waar BoekenBusiness tegenwoordig kantoor houdt. Zo’n 50 meter verderop bevond zich de boekhandel die Jan en Janneke runden. Op dit moment is Marco freelance Technisch Schrijver.

 

Hoe krijg je dat voor elkaar, het Groot Dictee winnen?

“Het begon bij het Groot Dictee van 2015. Dat werd geschreven door Lieve Joris, die oorspronkelijk uit Neerpelt komt. De bibliotheek van Neerpelt organiseerde om die reden een dictee in het gemeentehuis, waarbij de deelnemers mee moesten schrijven met de tv-uitzending van het Groot Dictee. Ik had me daarvoor opgegeven en waar de winnaar op televisie elf fouten had, maakte ik er slechts drie. Toen besefte ik dat ik geen modderfiguur zou slaan als ik zou deelnemen aan het ‘echte’ dictee. Enfin, vorig jaar kon je jezelf een paar weken voor het Dictee opgeven via de websites van De Volkskrant en De Morgen door online een testje te doen. En eerlijk gezegd moet je wat geluk hebben, enerzijds dat je wordt uitgekozen om mee te doen en anderzijds dat in het Dictee woorden staan die je kent of die je met behulp van je taalgevoel foutloos kunt spellen. Ik deed dus mee in het Vlaamse team en daarvan maakte ik de minste fouten (zeven) in het Dictee. Daarbij moet ik aantekenen dat ik het niet eens ben met het fout rekenen van een bepaald woord, dus voor mijn gevoel had ik zes fouten, evenveel als de beste deelnemer van het Nederlandse team. In de finale die volgde, maakte hij een fout in het woord ‘balalaikaspeelster’, waardoor ik het Vlaamse team de overwinning bezorgde, ook dankzij mijn collega-finalist, de Vlaamse radiopresentatrice Kristien Bonneure.”

 

Wat is dat woord waarover je het niet eens was met de organisatie? En waarom niet?

“In één zin werd gesproken over het feit dat iemand vóór iets was en iemand anders tegen. Ik had ‘vóór’ met klemtoontekens geschreven en dat werd fout gerekend. Het Groene Boekje adviseert weliswaar om zo min mogelijk klemtoontekens te gebruiken, maar keurt het niet expliciet af…”

 

Wat vind je ervan dat het Groot Dictee is opgeheven? Is het een aderlating voor spellend Nederland en Vlaanderen? Of was het toch al niet meer van deze tijd?

“Ik vind het toch wel jammer. Ik denk dat het met een paar aanpassingen nog makkelijk een aantal jaren mee had gekund.”

 

Wat gebeurt er met je als je een joekel van een spelfout ziet, in bijvoorbeeld een krantenkop of een bedrijfsfolder? Leidt het je af of lees je moeiteloos om taalfouten heen?

“Het leidt me absoluut af van de boodschap. Soms ga ik zelfs zo ver dat ik een bepaald product niet aanschaf als bij de aanprijzing ervan spelfouten worden gemaakt. Misschien ben ik daar nogal radicaal in, maar ik vind zoiets getuigen van een gebrek aan respect voor je klanten.”

 

Je bent een Nederlander, maar woont in Vlaanderen. Kun je iets zeggen over de taalverschillen tussen die twee landen? Wat vind je grappig of juist lastig?

“De woordvolgorde in zinnen is een belangrijk verschil. Verder zijn er nogal wat woorden en gezegdes die in beide talen hetzelfde geschreven worden, maar een andere betekenis hebben, bijvoorbeeld ‘Het liep met een sisser af’. In Vlaanderen betekent dat iets als ‘op een teleurstelling uitdraaien’, in Nederland is het ‘beter aflopen dan verwacht’. De verschillen tussen het Nederlands dat in Nederland wordt gesproken en dat wat in Vlaanderen wordt gebruikt, zijn zodanig dat ik bijvoorbeeld geen commerciële teksten schrijf voor een Belgische website. Ik besef dat mijn Vlaams daarvoor onvoldoende is ontwikkeld, in zo’n geval schakel ik een ‘native’ Vlaamse collega-tekstschrijver in.”

 

Wat zijn jouw vijf grootste taalergernissen?

Marco Sanders - winnaar groot dictee 2016

Marco Sanders

“Mijn grootste ergernis betreft de vele spellingswijzigingen en woorden die worden toegelaten omdat ze, ondanks het feit dat ze niet correct zijn, in voldoende mate worden gebruikt. Een tijdje geleden zag ik een paar van die woorden, zoals ‘overnieuw’ en ‘mond-op-mondreclame’. De eerste is een contaminatie van ‘over’ en ‘opnieuw’ en de tweede is waarschijnlijk ontstaan vanuit ‘mond-op-mondbeademing’. Ik ben tegen dergelijke toelatingen, niet zozeer vanuit taalpurisme, maar omdat ik vind dat 1) taal en met name de schrijfwijze niet te democratisch moet zijn en 2) je het de mensen niet kunt aandoen om zoveel veranderingen in een relatief korte tijd op ze los te laten. Kijk, voor mensen zoals ik die dagelijks met taal bezig zijn, is dat niet zo’n probleem. Maar juist mensen die meer moeite hebben met taal, zien op een gegeven moment door de bomen het bos niet meer (in Vlaanderen zouden ze zeggen: ‘door het bos de bomen niet meer zien’). Punt 1 wil ik nog even nuanceren: het klopt dat de Nederlandse taal van ons allemaal is, maar ik vind het niet juist om alleen het voldoende gebruiken als criterium te nemen voor het toelaten van een woord of woordgroep. Ik vergelijk het met een snelheidslimiet in het verkeer; als genoeg mensen de snelheidslimiet overschrijden, passen we toch ook niet de maximumsnelheid aan? Gecombineerd met punt 2 pleit ik daarom voor een grote wijzigingsronde om de 20 tot 25 jaar, in plaats van dat er jaarlijks woorden bij komen die eerst fout waren en dan opeens goed zijn. Voor Jan met de pet en zijn vrouwelijke equivalent Truus met het hoedje wordt het dan veel overzichtelijker.
Goed, dat was mijn grootste ergernis. De rest zal ik wat bondiger formuleren: 2) Het gebruik van buitenlandse – met name Engelse – woorden, wanneer er een goed Nederlands alternatief bestaat. 3) Het bagatelliseren van fouten in het taalgebruik met als dooddoener ‘je weet toch wat er wordt bedoeld’. 4) Het gebruik van ‘deze’ als wordt verwezen naar een onzijdig woord. 5) Grote spelfouten in commerciële teksten; niet als er per ongeluk één fout in staat, maar wanneer je merkt dat er te weinig aandacht aan een tekst is besteed.”

 

Wat heb je voor tips voor auteurs die beter willen (leren) spellen?

“Ik denk dat het erg kan helpen als je je teksten regelmatig laat controleren door bijvoorbeeld een collega of een professionele corrector. Schroom dan niet om te vragen waarom een bepaalde verbetering is doorgevoerd. Verder: wees kritisch naar jezelf en niet te zeker van je zaak. Raadpleeg veel het Groene Boekje wanneer je schrijft, ook als je voor 98% zeker weet hoe je iets schrijft.”

Door: Janneke Sinot

 

Discussieer mee!

Wat vind jij? Ben je het met Marco eens dat de spelling te vaak verandert? Moeten nieuwe woorden minder snel in de woordenboeken komen? Of is het juist goed dat bijvoorbeeld Van Dale de taalgebruiker volgt?