google49af60cd339fc5fd.html

emoji - tekens en symbolenIn een appje kijk je vast niet meer op van een emoticon. Maar kun je zoiets gebruiken in je boek? En schrijf je voor een schuine streep nou wel of niet een spatie? In deze blog vind je tips en weetjes over tekens en symbolen. En hoe je ze gebruikt in een boek.

 

Ampersand – &

Weinig mensen kennen het woord, maar vrijwel iedereen kent het teken: de ampersand (spreek uit als ‘émpursent’). De term stamt uit het Engels en is een verbastering van ‘and per se and’. Ampersand is de officiële naam voor het &-teken, dat veel voorkomt in namen en afkortingen (‘C&A’, ‘de afdeling R&D’). Tenzij de ampersand onderdeel is van een naam, gebruik je dit teken beter niet in je boek. Gelukkig is er een simpele oplossing: schrijf gewoon ‘en’.

 

Emoticons – 😊 ☹

Nog even en ze staan in de woordenboeken: emoticons. Gaven we ze in eerste instantie weer met behulp van leestekens, tegenwoordig worden ze vaak automatisch omgezet naar een plaatje (bijvoorbeeld een smiley die tranen met tuiten lacht of die een hartje naar de ontvanger blaast). Het grote voordeel van emoticons: je kunt er kort en krachtig emoties mee uitdrukken.

Kun je emoticons in je boek gebruiken? Jawel. Maar alleen als dat past bij het onderwerp en de doelgroep van je boek. Een smiley in een dagboekfragment is prima, in een politieke verhandeling is die minder gepast. Wees hoe dan ook spaarzaam met emoticons.

De regels voor correct gebruik:

  • voor en na een emoticon komt een spatie;
  • aan het eind van een zin komt de emoticon na de zinseindepunt.

Emoticons kunnen ook midden in een zin staan. Je mag er een leesteken op laten volgen, maar vaak leidt dat alleen maar tot verwarring.

 

Apenstaartje – @

Wie kent het niet: het apenstaartje! Dit symbool wordt onder meer gebruikt in e-mailadressen en om aan te geven voor wie een bericht bedoeld is (@Peter, @BoekenBusiness). Alternatieve benamingen voor dit teken zijn: aap­je, apenklootje, at-sign, at-te­ken, slin­ger‑a en slin­ger­aap. Vormgevers vinden het nog weleens leuk om met het apenstaartje te spelen. Ze vervangen bijvoorbeeld een a in de titel van een computerboek door dit symbool. Dat kan een leuke twist zijn op de cover, maar het maakt het boek wel lastiger vindbaar in de digitale zoeksystemen.

Meer lezen over de herkomst van dit teken? Socioloog Hans van Keken schreef er een boekje over: Het apenstaartje.

 

Asterisk – *

De asterisk is een veelzijdig teken. Dit sterretje wordt onder meer gebruikt om scheldwoorden te censureren (‘Wat een k*tsmoes’), om een geboortejaar aan te geven en als voetnootteken. In verhalende non-fictie kun je met drie sterretjes (* * *) een scheiding tussen tekstdelen aanbrengen die sterker is dan gewoon een witregel.

Komen er meerdere voetnoten in je boek? Gebruik dan geen asterisken als verwijsteken, maar cijfers. Dat is handiger en overzichtelijker.

 

Slash – /

Het teken / kennen we onder de naam ‘slash’ of ‘schuine streep’. Het wordt op allerlei manieren in teksten gebruikt. Bijvoorbeeld in afkortingen (t/m), als ‘per’ (km/u; 24/7), als scheidingsteken in internetadressen (www.boekenbusiness/gratis-tips), om dichtregels van elkaar te scheiden en om keuzemogelijkheden aan te geven (ja/nee; hij/zij; en/of; m/v).

Als een slash woordgroepen verbindt, mag je er een spatie voor en na plaatsen (‘hij solliciteerde op de functie hoofd financiën / boekhoudkundig medewerker’). In alle andere gevallen gebruik je geen spaties. Nog beter: vermijd dit soort constructies in je boek. Vaak kun je ook zonder symbolen prima vertellen wat je bedoelt. Dat is wel zo duidelijk voor de lezer.

In URL’s mag de slash natuurlijk blijven. Is het adres erg lang? Dan is een tinyurl een mooie oplossing.

Let op: gebruik de schuine streep niet op de verkeerde manier. Woorden als ‘man-vrouwrelatie’ en ‘maag-darmklachten’ (samenstellingen met twee gelijkwaardige delen) schrijf je niet met een slash, maar met een kort liggend streepje.

 

Door: Janneke Sinot