google49af60cd339fc5fd.html

De ultieme flaptekst in 5 stappen

boekhandel non-fictie boeken presentatie

Je boek is bijna klaar, nu ‘alleen nog’ de flaptekst: de tekst op de achterkant van je boek die lezers moet verleiden je boek aan te schaffen. Hoe schrijf je een puntige, promotionele tekst waar niemand omheen kan? In deze blog een korte handleiding: zo schrijf je een goede flaptekst in vijf stappen.

Stap 1: Bedenk een ijzersterke openingszin

De eerste zin van je flaptekst is – na de titel en ondertitel – het eerste wat mensen zien in een webwinkel (en vaak ook in de boekhandel). Dus wil je met die zin direct de aandacht trekken en je doelgroep aanspreken. Dat kan op allerlei manieren. Dit zijn enkele veelgebruikte methoden:

  • Maak een stevig statement, waarmee je direct het probleem van je doelgroep aankaart.
    “Vitale mensen hebben tientallen wensen, zieke mensen maar één.” (De levenscode – Albert Sonnevelt)
  • Stel een vraag die jouw doelgroep dolgraag beantwoord wil hebben.
    “Zou het echt kunnen? Maar een paar uur per week werken en toch goed verdienen?” (Road to Freedom – Karel Emck)
  • Schets een situatie die voor lezers direct herkenning oproept.
    “Uitgeteld lig je op de bank met maar één gedachte: ik moet zoet, chocola, NU!” (Liefde in plaats van chocola – Fenna Janssen)
     
  • Doe een sterke lezersbelofte.
    “Meer klanten en meer omzet.” (Sales beter de baas – Edwin de Haas)

Stap 2: Geef kernachtig weer waar het boek over gaat, aansluitend op je openingszin

Mensen willen snel weten waar een boek over gaat en of het iets voor ze is. Heb je de aandacht getrokken met je openingszin? Dan pak je direct door en omschrijf je kort en krachtig het onderwerp van je boek en voor wie het bedoeld is. Geef meer duiding aan je statement, je vraag of je belofte, nog zonder inhoudelijk te worden of de vragen al te beantwoorden. Zoek herkenning of boor die behoefte aan.

Als je titel en ondertitel al heel duidelijk het onderwerp en de doelgroep weergeven, hoef je dat in die eerste alinea niet te herhalen. Dan kun je daar, na je openingszin, meer triggers inbouwen. Speel wat met de opties van stap 1 en kijk wat het beste werkt in combinatie met je titel en subtitel.

Zoals bij het boek Hoogsensitieve kinderen – praktische leidraad voor ouders en professionals:
“Ouders van hoogsensitieve jongens en meisjes lopen in de opvoeding tegen forse uitdagingen aan. Hoe stel je grenzen zonder in drama’s terecht te komen? Hoe vergroot je het zelfvertrouwen van je kind en hoe leer je je kind omgaan met de overweldigende buitenwereld?”

Stap 3: Licht een tipje van de sluier op

Na die eerste alinea willen de lezers meer weten. Dus leg je kort uit wat zij kunnen verwachten van je boek. Hint alvast naar jouw oplossing voor hun probleem. Welk soort aanpak presenteer je? Heb je een eigen methode ontwikkeld? Is het een gids, handleiding, of een meeslepend levensverhaal? Wat is er zo uniek aan je boek, wat is het doel van je boek en waarom is dat zo belangrijk voor je lezers?

Als het relevant is, vermeld je hier ook alvast iets over de schrijver, bijvoorbeeld als het boek je levensverhaal beschrijft. Bij voorkeur in derde persoon, ook als je in het boek in de ik-vorm schrijft.

Stap 4: Geef meer inhoudelijke informatie

Je hebt je lezer al bijna overtuigd. Nu kun je zakelijker en inhoudelijker worden. Hoe is het boek opgebouwd? Waarin onderscheidt het zich van andere boeken? Wat zijn de belangrijkste onderwerpen?

Gebruik hiervoor bijvoorbeeld een opsomming met bullets.

Stap 5: Bedenk een knallende afsluiter

Je hebt je verhaal verteld, nu heeft je lezer nog een laatste zetje nodig. Dus bedenk hoe je je flaptekst afsluit. Met een oproep of call to action? Met een aanbeveling van een vooraanstaand persoon? Of met een statement waarom dit hét boek is voor je doelgroep? Het mag allemaal, als je maar zorgt dat die laatste zin blijft hangen en overtuigt.

Natuurlijk hoef je je niet strikt aan deze vijf stappen te houden en mag je je eigen draai geven aan je flaptekst. Zolang die maar prikkelt, nieuwsgierig maakt én duidelijkheid geeft.

Wat mag er verder niet ontbreken op je boek?

  • AuteursinformatieNatuurlijk vertel je ook kort iets over jezelf. In één alinea noem je wie je bent, wat je doet, je belangrijkste wapenfeiten en wat verder relevant is. Je mag ook persoonlijk worden en je missie of visie delen, of aangeven waarom je dit boek schreef.
  • Auteursfoto
    Regel een professionele foto (geen selfie). Als je twijfelt welke foto te kiezen, raadpleeg dan je volgers op de sociale media. Die helpen je graag met advies.
  • Blurb
    Een blurb is een mooie uitspraak of aanbeveling van je boek door een bekend persoon of een vooraanstaand vakgenoot. Heb je die niet in je flaptekst verwerkt, dan kun je die los op de achterkant van je boek plaatsen, bijvoorbeeld in een kader.
  • ISBN en barcode
    Onmisbaar als je je boek ook in de boekhandel wilt verkopen. Heb je een uitgever, dan regelt die dit voor je. Geef je uit in eigen beheer? Op internet vind je verschillende sites met een barcode-generator.
  • Naam van de uitgever of, als je dat zelf bent, eventueel je website

Tot slot

Een flaptekst schrijven voor je eigen boek is best een uitdaging! Je zit zelf zo diep in de materie dat het lastig is om echt afstand te nemen. Je wilt misschien alles vertellen, waardoor je flaptekst al snel te lang wordt.

Uitgevers weten dat en laten het schrijven van de achterflaptekst vrijwel nooit over aan de schrijver. Een geoefende redacteur of uitgever kan – zelfs zonder het hele boek te lezen – met gemak een pakkende tekst schrijven over je boek. Natuurlijk mag je meedenken en commentaar geven, maar als er al een goede basis staat, is dat een stuk eenvoudiger. Dus geef je je boek uit bij een uitgever? Laat het gerust aan deze professionals over.

 

Door: Suzanna van der Laan