De komma is een fantastisch leesteken. Hij laat je even ademhalen in een lange zin. Maar … sommige schrijvers gebruiken hem te vaak. Vijf gevallen waarin het beter is de komma weg te laten. Of een ander leesteken te gebruiken.

Komma

Beperkende bijzinnen

 

Kijk eens naar de volgende twee zinnen:

a. De ondernemer die meer klanten wil, schrijft een boek.
b. De ondernemer, die meer klanten wil, schrijft een boek.

Zie je het betekenisverschil? Zin a zegt dat elke ondernemer die meer klanten wil een boek zou ‘moeten’ schrijven. Zin b gaat over één specifieke ondernemer die meer klandizie wil en daarom – op dit moment – een boek schrijft. A is een voorbeeld van een beperkende bijzin, b van een uitbreidende bijzin. Voor een beperkende bijzin komt geen komma.

Twijfel je tijdens het schrijven? Bekijk de zin dan kritisch en ga na welke betekenis logisch is. De woorden hardop uitspreken kan ook helpen. Bij een uitbreidende bijzin hoor je meestal duidelijke leespauzes, bij een beperkende juist niet.

 

 

Voor het voegwoord ‘dat’

 

Voor het voegwoord ‘dat’ komt meestal geen komma. Bijvoorbeeld:

“Ik heb toch gezegd dat ik warrig ben!”
“Ik ben blij dat ik tips krijg van collega’s.”

 

Wil je beter leren schrijven? Les krijgen van een taalkundige, uitgever, journalist en boekenrecensent? Kom dan naar de masterclass Zo schrijf je een boek. Niet alleen krijg je tips over stijl, spelling en grammatica, je leert ook hoe je je doelgroep kiest en je onderwerp afbakent.

Grote getallen

 

In Nederland en België gebruiken we een komma om een ‘geheel getal’ te scheiden van de bijbehorende decimalen. Vandaar dat we deze laatste ook wel ‘de cijfers achter de komma’ noemen. Een voorbeeld: “Yes, ik sta een 9,3 voor Engels!”

Komen er in je tekst grote getallen voor (met vijf of meer cijfers vóór de komma), gebruik dan een punt. Schrijf dus niet ‘35,000 deelnemers’ als je ’35.000 deelnemers’ bedoelt. Dit kommagebruik is overgewaaid uit Engelstalig gebied, maar fout in het Nederlands. Gehele getallen die uit vier cijfers bestaan, schrijven we doorgaans aaneen (‘2500 deelnemers’). Wil je toch een leesteken gebruiken, kies dan geen komma, maar een punt.

 

 

Geldbedragen

 

Komen er veel geldbedragen voor in je boek? Houd het dan overzichtelijk. Schrijf bij voorkeur ‘€ 23’, in plaats van ‘€ 23,00’. Hoe groter de bedragen, hoe meer de lezer deze eenvoud zal waarderen. Ziet ‘€ 100.000’ er niet veel prettiger uit dan ‘€ 100.000,00’?

 

 

Tijdsaanduidingen

 

Noem je een tijdstip in cijfers? Gebruik dan geen komma, maar een punt. Schrijf dus niet ‘20,30 uur’, maar ‘20.30 uur’.

Meer weten over goed gebruik van de komma? Lees ook onze blog Leesteken of aanhalingsteken, wat komt er eerst?

Door: Janneke Sinot

Volg ons op

Wil je beter leren schrijven? Les krijgen van een taalkundige, uitgever, journalist en boekenrecensent? Kom dan naar de masterclass Zo schrijf je een boek. Niet alleen krijg je tips over stijl, spelling en grammatica, je leert ook hoe je je doelgroep kiest en je onderwerp afbakent.