google49af60cd339fc5fd.html

Wandel - tips - schrijven - kennedymarsEen boek schrijven? Het is net het lopen van een Kennedymars. Van tevoren weet je wat het doel is, maar het ligt ver weg en je hebt geen idee hoe je er ooit moet komen. Maar met de juiste mindset, inspanning en begeleiding kan iedereen de eindstreep halen. Ook jij!

In 2017 liep ik mijn eerste. Voor wie niet weet wat een Kennedymars inhoudt: het is een wandeltocht over 50 mijl (ongeveer 80 kilometer), die je geacht wordt binnen 20 uur te volbrengen. Mijn eerste begon met een nachtelijke tocht van 55 kilometer over verharde wegen. Na een pastaontbijt volgde nog 25 kilometer over onverharde bospaadjes. Aan het eind was ik kapot: benen die geen zin meer hadden, blaren op mijn voeten en doodmoe omdat ik een nacht had overgeslagen. Maar ook zo blij en trots dat ik hem had uitgelopen. Alle trainingsarbeid, tochten van 40 en 50 kilometer in de maanden ervoor: het was het waard!

Hoe dat werkt voor je boek? Zeven tips van een langeafstandswandelaar:

 

Bereid je goed voor

Schoenen met hakken, sneakers of teenslippers? Ze zijn niet geschikt om 80 kilometer aan een stuk mee te lopen. Zelf kies ik meestal voor lage wandelschoenen, al draag ik ook weleens hardloopschoenen of zware bergschoenen. En verder: goede wandelsokken, houten stokjes tegen dikke vingers, een heuptasje en pet. Broek en shirt zijn van een licht materiaal dat snel droogt en vocht goed afvoert.

Ook aan een boek begin je het best goed voorbereid. Kies een duidelijke doelgroep en baken je onderwerp af. Weet je niet precies wat er allemaal komt kijken bij het schrijven van een boek? Een schrijfplan helpt je om de juiste stappen te zetten op het juiste moment.

 

Bouw rustig op

Bijna niemand loopt ongetraind 4 x 50 kilometer bij de Vierdaagse of een Kennedymars. Ik zeker niet. Nu kan ik er wel om lachen, maar ik weet het nog goed: die eerste wandeling begin 2015. We kozen een uitgezette tocht van 15 kilometer in de eigen omgeving en aan het eind was er nog een klein lusje om het dorp heen. Konden we niet gewoon de kortste weg terug? Ik was namelijk moe.

Heb je nog geen schrijfervaring? Bouw die dan ook op. Begin eens met een blog, schrijf een column of een artikel voor een tijdschrift. Het voordeel, naast meer ervaring, is dat je al een lezerspubliek hebt tegen de tijd dat je boek verschijnt.

 

Regel een maatje

Het eerste jaar liep ik altijd alleen tijdens mijn trainingstochten. En daarmee kwam ik er ook. Maar met z’n tweeën lopen of in een groepje, blijkt een stuk gezelliger. Bovendien schiet het heel goed op tijdens zo’n nachtelijke Kennedymars. Voor je het weet wordt het alweer licht. Voorwaarde is wel dat je ongeveer hetzelfde tempo loopt als je maatje.

Voor een boek geldt hetzelfde. Natuurlijk kun je het prima zelf, maar met een schrijfmaatje – coauteur – schiet het wel lekker op. Je hoeft dan nog maar de helft te schrijven. Vooropgezet dat je goed overlegt en min of meer dezelfde schrijfstijl hebt. Anders heb je juist extra werk aan het eind.

 

Controleer de route

Niets is zo vervelend als verkeerd lopen, zeker op een afstand die op de top van je kunnen ligt. De route wordt echt wel aangegeven, maar een pijl op het wegdek mis je gemakkelijk in het donker. Zeker als je gezellig met je maatje aan het kletsen bent.

Ook als schrijver wil je weten of je nog op de goede weg bent. Heb je al iemand die kritisch meeleest en die je tot de orde roept als je verdwaalt? Wacht ook niet met het inschakelen van een redacteur tot je manuscript helemaal af is, maar stuur hem of haar alvast je eerste hoofdstuk. Zo zie je wat je valkuilen zijn en kun je tussentijds bijsturen. Dit bespaart je tijd – en mogelijk geld – in een later stadium.

 

Schakel support in

De eerste keren dat ik in mijn eentje 50 kilometer liep, nam ik alles zelf mee: lunch, fruit, snacks en minstens 3 liter water. En weet je: dat gaat prima (al had ik regelmatig last van mijn schouders aan het eind van de dag). Maar sinds ik uitgezette tochten loop, hoef ik me niet meer druk te maken of er een plek komt waar ik even kan zitten. Bij zo’n Kennedymars is er elke 5 tot 8 kilometer een pauze, waarbij gezorgd wordt voor een hapje en een drankje. Zelf neem ik tegenwoordig nog maar één flesje water mee, en eventueel iets om me te beschermen tegen regen.

Een boek schrijven kun je ook prima in je eentje. Maar met wat hulp onderweg – zoals een coach die je teksten naleest en je helpt als je dreigt vast te lopen – gaat het een stuk makkelijker. Voor ondernemers die ons jaarprogramma volgen, ruimen we zelfs elke maand een gesprek in!

 

Zet door

Goed getraind of niet: 80 kilometer blijft een uitdaging. Onderweg krijg je te maken met obstakels: een boom die op het pad ligt, een brug die je over moet, slaapgebrek (je slaat een nacht over), een onverwachte regenbui en fysieke vermoeidheid. Er komt altijd weer een moment dat je denkt: was ik maar klaar. Juist dan is het belangrijk om door te zetten.

Ben je als ondernemer met een boek bezig, dan herken je dit waarschijnlijk. Er is altijd wel iets wat tussendoor moet: crisis binnen het bedrijf, een belangrijke nieuwe klant die je niet aan iemand anders kunt overdragen, je partner die wel weer eens samen iets leuks wil doen. Wil je jouw boek binnen de geplande termijn af hebben, dan zul je af en toe een keer nee moeten zeggen. Nee tegen de televisie, nee tegen het feestje van de buren en nee tegen de vereniging waar je actief bent. Iedereen heeft tijd om een boek te schrijven, maar niet iedereen kan het opbrengen om te doen wat ervoor nodig is.

 

Geniet van de beloning

Wat een heerlijk moment is het, als je na ruim 80 kilometer klaar bent. Je beloning: een oorkonde, een speldje of een medaille. Misschien staat er bij de finish iemand klaar met een bos bloemen. Ook jouw beloning is straks groot, wanneer je het eerste exemplaar van jouw boek in handen hebt. Geniet ook van de deuren die voor je opengaan. Want dat er kansen op je pad komen, daar zijn schrijvers het wel over eens.

Door: Jan Sinot